Wat werkt online? Hoe herken je berichten, internetpagina’s en websites die werken? Welke kenmerken maken het verschil? In dit bericht krijg je een inkijk in de cursus ‘Webredactie en contentcreatie’. Je leert over de wens van websitebezoekers om de touwtjes in handen te hebben.
Uitgangspunt: op internet is de lezer de held
- In boeken bepaalt de schrijver wat de lezer leest, op internet bepaalt de lezer hoe hij klikt
- Bij boeken hebben schrijvers en uitgevers een informatiemonopolie, internet doorbreekt dat monopolie
- Merel Roze vergelijkt websitebezoekers wel met aapjes die voortdurend bananen zoeken (in ‘De regels van Roze’)

Dit leidt tot een aantal gewenste kenmerken van online content: geef de lezer regie
- De websitebezoeker wil altijd weten waar hij is
- De websitebezoeker wil altijd weten waar een deur is (om verder te komen) en hoe hij de weg terug vindt (de Ikea-looproute)
- De websitebezoeker wil scannable content (hij wil zelf bepalen waar hij begint en stopt met lezen)

Maak website scannable, dat doe je met:
- Koppen en tussenkoppen
- Witregels
- Opsommingen
- Afbeeldingen en grafieken
- Kortere alinea’s
- Vragen
- Hyperlinks
- Schrijven in de volgorde waarin de lezer zich vragen over een onderwerp stelt
- … enzovoort
Taalkenmerken: wat vermijd je liever
Op taalniveau geef je de lezer meer regie door pull te gebruiken en push te vermijden. Hoe herken je push? Op zinsniveau herken je push aan een aantal formuleringen. Hieronder staan de 5 belangrijkste op een rij:
- Modale werkwoorden
- Passieve formuleringen (vooral lijdende vorm en naamwoordstijl)
- Voorzetseluitdrukkingen
- Ontkenningen
- Zenderoordelen
Modale werkwoorden
Modale werkwoorden plaatsen een voorbehoud bij een hoofdwerkwoord. De bekendste zijn moeten (verplichting), kunnen (mogelijkheid), willen (wenselijkheid), gaan/zullen (waarschijnlijkheid).
- Niet: Je moet de boete betalen
- Wel: Betaal op tijd zo voorkomt u een verhoging
Passief schrijven: lijdende vorm en naamwoordstijl
Zinnen met passieve formuleringen laten in het midden wie of wat iets doet. Dat kan met een lijdende vorm. In de zin ‘Het cadeau wordt gegeven’ staat een lijdende vorm. Die twee woorden ‘wordt gegeven’, vormen een lijdende vorm. De lijdende vorm is een vervoeging van het werkwoord worden of zijn met een voltooid deelwoord. Wie geeft het cadeau?
- Niet: Er wordt morgen vergaderd door het College van Bestuur
- Wel: Het College van Bestuur vergadert morden
Een andere manier om een zin passief te maken is door van een werkwoord een zelfstandig naamwoord te maken. Dit noem je de naamwoordstijl. Die formulering herkennen? Een manier om van een werkwoord een zelfstandig naamwoord te maken, is door er een lidwoord voor te zetten en een voorzetsel na.
- Niet: Het vergaderen van het College van Bestuur duurt lang (het + vergaderen + van)
- Wel: Het College van Bestuur vergadert lang
Voorzetseluitdrukking
In het Nederlands heb je voorzetsels. Voorbeelden van voorzetsels zijn: ‘van’, ‘op’ en ’tussen’. Nu geven die behoorlijk precies weer hoe het een zich verhoudt tot het ander. Dit is voor sommige schrijvers te precies. Die schrijven liever algemener. Voor hen zijn er voorzetseluitdrukkingen. Dit zijn woordcombinaties die de functie van een voorzetsel hebben. Alleen: ze zijn vager.
Voorbeelden van voorzetseluitdrukkingen zijn:
- Door middel van
- Ten aanzien van
- Met betrekking tot
- Met behulp van
- Tegen de achtergrond van
Hieronder lees je een voorbeeldzin met een voorzetseluitdrukking:
- Niet: Het terrein werd bewaakt door middel van camera’s
- Wel: Het terrein werd bewaakt met camera’s
- nog beter: Camera’s bewaakten het terrein

Ontkenning
Ontkenningen zijn killing. Denk niet aan het bed waarin je vanochtend wakker werd. Waar denk je aan? Aan je bed. Precies. En vaak is het een fluitje van een cent om een niet-boodschap te veranderen in een wel-boodschap.
- Niet: Betaal niet later dan 1 november.
- Wel: Betaal uiterlijk op 1 november.
Zenderoordelen
Zenderoordelen. Je kunt objectiever schrijven en subjectiever schrijven. Nu hangt het een beetje af van je relatie met je lezer. Goede vrienden, gebruiken vaker zenderoordelen.
Stel: je loopt een cafe binnen. Je beste vrienden zitten aan een tafel. Je zegt: ‘Wat ik nu toch heb meegemaakt, het was zo erg …’. In de voorgaande zin zijn de woorden ‘zo’ en ‘erg’ zenderoordelen. Ze drukken op subjectieve manier iets uit.
Mensen die met je mee willen denken, die hebben het geduld om je te bregrijpen. Op internet heb je die tijd niet altijd. Om die reden is het raadzaam om zenderoordelen te herkennen en je te bekwamen in de kunst van het objectiever formuleren. Je hebt zenderoordelen van de eerste categorie (heel, erg, zo), van de tweede categorie (vaak, groot, veel) en van de derde categorie (zo ongeveer alle bijvoeglijke naamwoorden waar een mening in zit).
- Niet: We hebben een hele mooie aanbieding voor je
- Wel: Tot 1 september ontvang je 30 procent korting
Taalkenmerken: wat doe je wel
Oke, modale werkwoorden, lijdende vormen en ontkenningen mogen niet. Wat blijft er over? Je schrijft zo dat de lezer meer regie krijgt. Dat hij zelf kan nadenken. Dat de lezer de baas is.
Lees de volgende zin: ‘Albert Heijn is een hele mooie supermakrt.’
Wat denk je? Misschien denk je: ‘Ik bepaal zelf wel welke supermarkt ik mooi vind.’ En misschien denk je: ‘Whaa, wat doet een taalfout in een tekst van iemand die schrijftraining geeft, wat een prutser.’ Jij wilt zelf je oordeel vellen. Je bent opgegroeid in het tijdperk van het internet. Het tijdperk waarin de lezer de baas is.
Wat doe je wel:
- Show don’t tell
- Specificeren
- Details geven
- De lezer aanspreken (je, u)
- Gebiedende wijs
- Dialoogstijl
- Actief schrijven
- Uitleggen of toelichten wat je bedoelt (metacommunicatie)
- Schrijven in de taal van de lezer
- Schrijf vanuit het perspectief van de lezer
Heb je vragen? Misschien is een vraag hoe goed ChatGPT schrijft. Neemt ChatGPT het werk van schrijvers over?
ChatGPT
Onlangs hield bestsellerauteur Mark Lawrence een wedstrijd tussen menselijke schrijvers en ChatGPT (versie 5) . Hij vroeg een paar collega’s en ChatGPT een kort verhaal te schrijven. Het thema was ‘een demon’. Het is absoluut geen wetenschappelijk onderzoek. De uitkomst verontrustte Lawrence wel.
Zagen lezers verschil tussen menselijke taal en machinetaal? Er waren in totaal acht verhalen. Vier van mensen, vier van ChatGPT. Het publiek had er drie goed, drie fout en bij twee was er geen significant verschil. Auw.
En welk verhaal boeide het meest? AI scoorde hoger. Het verhaal met de hoogste score van lezers, was van AI.
AI won de schrijfwedstrijd. Wie wint een wedstrijd in online schrijven?
Antwoord op je vragen
Bij ICM geloven we in de kracht van samenwerken. Volg de cursus Webredactie en contentcreatie en je leert hoe je online voor betere content zorgt en je organisatie beter adviseert. Je leert kaf en koren scheiden. En je leert hoe je AI daarbij efficiënter inzet. Wil je meer weten over AI? Volg de cursus AI inzetten in je werk.
Vragen? Natuurlijk. Leren begint met een gezonde dosis nieuwsgierigheid en een paar vragen. ICM helpt je graag verder.